Box 3, voor veel vrouwen is het iets waar ze liever niet te lang over nadenken. Begrijpelijk, want de regels veranderen regelmatig en de Belastingdienst maakt het er niet eenvoudiger op.
Toch is het slim om te weten wat er speelt. De nieuwe regels voor box 3 vanaf 2028 kunnen namelijk invloed hebben op hoeveel belasting je betaalt over je spaargeld, beleggingen, goud of vastgoed.
In dit artikel leg ik rustig en zonder ingewikkeld belasting jargon uit wat er verandert en wat dat betekent voor jouw vermogen.
Eerst even: wat zijn box 1, box 2 en box 3?
In Nederland betaal je belasting in drie verschillende ‘boxen’. Elke box heeft zijn eigen regels en belastingtarieven.
Box 1: Inkomen uit werk en woning
Box 1 gaat over het inkomen waar de meeste mensen direct aan denken:
- je salaris uit loondienst;
- winst uit een onderneming;
- een uitkering of pensioen;
- de eigen woning (eigenwoningforfait en hypotheekrente).
Over dit inkomen betaal je inkomstenbelasting volgens de tarieven van box 1.
Box 2: Inkomen uit een aanmerkelijk belang
Box 2 is bedoeld voor mensen die minimaal 5% van de aandelen in een bedrijf bezitten. Denk bijvoorbeeld aan ondernemers met een eigen BV.
In box 2 betaal je belasting over onder andere:
- dividend dat je uit je bv ontvangt;
- winst bij de verkoop van je aandelen.
Voor de meeste mensen is box 2 dus alleen relevant als zij ondernemer zijn met een bv of een groot aandelenbelang hebben.
Box 3: Inkomen uit vermogen
Box 3 gaat over je vermogen. Denk aan:
- spaargeld;
- beleggingen, zoals ETF’s en aandelen;
- obligaties;
- goud;
- cryptovaluta;
- een tweede woning of verhuurd vastgoed.
Heb je meer vermogen dan het heffingsvrije bedrag? Dan betaal je belasting in box 3.
Juist deze box verandert de komende jaren ingrijpend. Daarom zoomen we daar in de rest van dit artikel verder op in.
Hoe werkt box 3 nu?
Op dit moment betaal je in box 3 geen belasting over wat je daadwerkelijk verdient, maar over een fictief rendement. De Belastingdienst gaat ervan uit dat je een bepaald rendement behaalt op je vermogen, ongeacht of dat ook echt zo is.
Over dat fictieve rendement betaal je vervolgens 36% belasting.
Juist dat systeem zorgde jarenlang voor veel kritiek. Mensen met veel spaargeld betaalden soms belasting over rendement dat ze helemaal niet hadden behaald. Daarom oordeelde de Hoge Raad in 2021 dat het systeem op onderdelen onrechtvaardig was. Sindsdien werkt Nederland aan een nieuw belastingstelsel.
In 2026 geldt een heffingsvrij vermogen van ongeveer €59.000 per persoon (circa €118.000 voor fiscale partners). Pas boven dat bedrag betaal je vermogensbelasting in box 3.
Wat verandert in box 3 vanaf 2028?
Vanaf 2028 wil de overheid overstappen naar een systeem waarbij je belasting betaalt over je werkelijke rendement. Dat betekent dat niet langer een fictief percentage wordt gebruikt, maar dat gekeken wordt naar wat je daadwerkelijk hebt verdiend met je vermogen.
In grote lijnen betekent dit dat:
- rente op spaargeld wordt belast op basis van de werkelijk ontvangen rente;
- dividend wordt belast op basis van het daadwerkelijk ontvangen dividend;
- huurinkomsten uit vastgoed tellen mee;
- waardestijgingen van beleggingen en vastgoed worden ook meegenomen.
- Het belastingtarief blijft naar verwachting 36%, maar de manier waarop de belasting wordt berekend verandert volledig.
We gaan van fictief rendement naar daadwerkelijk rendement. Met een (kleine) winstvrijstelling van circa €1.800 per fiscaal partner.
Let op: de plannen zijn nog niet definitief. Tot 2028 kunnen onderdelen van de wetgeving nog wijzigen.
Box 3: huidige systeem versus 2028
Onderdeel Huidige situatie Vanaf 2028*
Rendement Fictief Werkelijk
Belastingtarief 36% 36% (verwacht)
Spaarrente Fictief rendement Werkelijke rente
Dividend Fictief rendement Werkelijk dividend
ETF’s en aandelen Fictief rendement Werkelijke waardestijging
Vastgoed Fictief rendement Huur + waardestijging bij verkoop
Heffingsvrij vermogen ± €59.000 p.p. Winstvrijstelling van circa €1.800 p.p.
*Op basis van de huidige wetsvoorstellen.
Wat betekent dit voor spaargeld?
Heb je vooral spaargeld? Dan kan het nieuwe systeem gunstiger uitpakken als de spaarrente laag blijft. Nu betaal je belasting op basis van een fictief rendement (1,28% in 2026). Vanaf 2028 betaal je belasting over de rente die je daadwerkelijk ontvangt.
Stijgt de spaarrente flink? Dan stijgt ook de vermogensbelasting. Het nieuwe systeem volgt namelijk je jaarlijks ontvangen rente.
Wat betekent dit voor beleggers?
Voor beleggers is de overgang naar het nieuwe box 3-stelsel waarschijnlijk de grootste verandering. Vanaf 2028 kijkt de Belastingdienst niet langer naar een fictief rendement, maar naar het rendement dat je daadwerkelijk behaalt. Daardoor kan de belastingdruk per belegging flink verschillen.
ETF’s, aandelen en goud
Beleg je in ETF’s, aandelen of goud? Dan krijg je vanaf 2028 waarschijnlijk te maken met een belangrijke verandering. Het nieuwe box 3-stelsel is gebaseerd op vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat je belasting betaalt over de jaarlijkse groei van je vermogen, ook als je die winst nog niet hebt gerealiseerd door je beleggingen te verkopen.
Stijgt jouw ETF-portefeuille bijvoorbeeld met €10.000 in waarde, dan telt die waardestijging mee als rendement voor de belasting. Je kunt dus belasting verschuldigd zijn over een papieren winst, terwijl het geld nog gewoon in je belegging zit.
Bij ETF’s en aandelen tellen daarnaast ook ontvangen dividenden mee als rendement. Goud werkt iets anders: goud keert geen rente of dividend uit. Je rendement bestaat volledig uit een eventuele waardestijging. Ook die waardestijging valt straks onder de vermogensaanwasbelasting.
Voor lange termijn beleggers is dit een grote verandering. Waar je nu belasting betaalt op basis van een fictief rendement, wordt straks gekeken naar de daadwerkelijke ontwikkeling van je vermogen. Dat maakt het nog belangrijker om niet alleen naar rendement te kijken, maar ook naar de fiscale gevolgen van je beleggingen.
Wat betekent dit voor vastgoed?
Heb je een verhuurde woning, garage of vakantiewoning in box 3? Dan verandert er er ook het een en ander. Vanaf 2028 betaal je 36% vermogensbelasting over de jaarlijkse huurinkomsten minus een beperkt aantal kosten. En bij verkoop betaal je winstbelasting (het verschil tusen aankoop en verkoop, kortom de waardestijging).
Voor vastgoedbeleggers kan dat leiden tot een hogere belastingdruk dan onder het huidige systeem.
Moet je nu iets veranderen?
Voor de meeste (kleine) beleggers is het antwoord: nee, niet direct. De regels zijn nog niet definitief en kunnen de komende jaren nog worden aangepast. Bovendien is belasting slechts één onderdeel van een goede beleggingsstrategie.
Laat je daarom niet leiden door fiscale veranderingen alleen. Begin altijd bij de vraag:
- Wat zijn mijn financiële doelen?
- Hoeveel risico past bij mij?
- Welke strategie past bij mijn situatie?
De overgang naar box 3 in 2028 betekent een fundamentele verandering. Nederland stapt naar verwachting over van een fictief rendement naar belasting over het werkelijke rendement. Dat klinkt eerlijker, maar brengt ook nieuwe aandachtspunten met zich mee voor spaargeld, ETF’s, goud en vastgoed.
De belangrijkste boodschap? Raak niet in paniek. Blijf op de hoogte van de ontwikkelingen en zorg vooral dat je een duidelijke strategie hebt voor jouw vermogen. Met een goed plan neem je betere financiële beslissingen, ongeacht hoe de belastingregels uiteindelijk uitpakken.
Benieuwd naar mijn visie op de verandering in box3? Vraag dan de geheime podcast hierover aan.
Disclaimer: Dit artikel is bedoeld als algemene informatie en vormt geen persoonlijk belasting- of beleggingsadvies. De wetgeving rondom box 3 is nog in ontwikkeling en kan vóór 2028 wijzigen. Raadpleeg bij persoonlijke fiscale vragen altijd een belastingadviseur of fiscalist.


