FEMME invest

Sparen of beleggen bij inflatie: wat is slimmer?


Wij Nederlanders zijn opgegroeid met sparen. Geld dat je elke maand overhoudt? Dat zet je op je spaarrekening. Voor later, voor onverwachte uitgaven of gewoon omdat het een veilig gevoel geeft.

En dat doen we massaal. In mei 2026 hadden Nederlanders gezamenlijk zo’n €550 miljard aan spaargeld. Een half biljoen euro!

Sparen zit dus behoorlijk in onze cultuur. En daar is op zichzelf helemaal niets mis mee. Een goede buffer geeft rust en geld dat je op korte termijn nodig hebt, wil je waarschijnlijk helemaal niet beleggen.

Maar er zit ook een risico aan sparen waar we het veel minder vaak over hebben. Je ziet het namelijk niet op je bankrekening, namelijk inflatie.

Van je bij elkaar gespaarde €25.000 kun je steeds minder kopen…

Wat doet inflatie met je spaargeld?

Inflatie betekent dat het algemene prijsniveau stijgt. Boodschappen worden duurder, vakanties kosten meer en voor veel diensten betaal je steeds hogere bedragen.

Het gevolg?

Je kunt met dezelfde €100 steeds minder kopen.

Dat noemen we verlies van koopkracht.

En juist dat is belangrijk wanneer je veel geld jarenlang op een spaarrekening laat staan. Het bedrag op je rekening kan groeien, terwijl je er in werkelijkheid tóch op achteruitgaat.

Een voorbeeld: €100.000 spaargeld en inflatie

Stel, je hebt €100.000 op je spaarrekening en je ontvangt 2% rente. Na één jaar staat er ongeveer €102.000 op je rekening.

Maar stel dat de inflatie in datzelfde jaar 3% is. Dan zijn de prijzen gemiddeld harder gestegen dan jouw spaargeld.

Je hebt op papier dus méér euro’s, maar kunt er relatief minder van kopen.

Daarom is het interessant om niet alleen naar je rendement te kijken, maar ook naar je reële rendement.

Dat is grofweg het rendement dat overblijft nadat je rekening houdt met inflatie.

Bij 2% spaarrente en 3% inflatie is je reële rendement dus ongeveer -1%.

Je geld groeit, maar je koopkracht daalt.

Sparen of beleggen: wat is beter?

Dit is een vraag die ik vaak krijg. Mijn antwoord is eigenlijk heel simpel:

“Sparen en beleggen hebben allebei een andere functie.”

Je hoeft dus niet te kiezen tussen team sparen of team beleggen.

Sterker nog: in een goed financieel plan heb je ze vaak allebei nodig.

De belangrijkste vraag is niet:

“Waar krijg ik het hoogste rendement?”

Maar:

“Wanneer heb ik dit geld weer nodig?”

Want geld dat je volgend jaar nodig hebt, vraagt om een heel andere strategie dan geld dat bedoeld is voor over twintig jaar.

Wanneer kun je beter sparen?

Sparen is vooral geschikt voor geld, waarbij zekerheid en beschikbaarheid belangrijker zijn dan rendement.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • je financiële buffer;
  • geld dat je binnen een paar jaar nodig hebt;
  • geld voor een verbouwing;
  • een grote belastingaanslag die eraan komt;
  • de aankoop van een huis;
  • geld waarmee je simpelweg geen risico wilt lopen.

Je buffer hoeft geen geweldig rendement te behalen.

Dat is zijn taak ook helemaal niet.

Je buffer moet ervoor zorgen dat jij niet in paniek raakt wanneer je auto morgen besluit ermee op te houden of je ineens een flinke rekening krijgt.

Sparen koop je dus vooral voor zekerheid en flexibiliteit.

Wanneer kan beleggen interessanter zijn?

Heb je geld dat je langere tijd kunt missen? Dan kan beleggen interessant worden.

Bijvoorbeeld voor geld dat bedoeld is voor je pensioen, financiële vrijheid over vijftien of twintig jaar of andere doelen die nog ver in de toekomst liggen.

Aandelen hebben historisch gezien over lange perioden een hoger gemiddeld rendement opgeleverd dan sparen, maar daar krijg je natuurlijk geen garantie bij.

De beurs beweegt. Je beleggingen kunnen stijgen (jeeh!), maar ook flink dalen. Soms duurt het jaren voordat een daling weer volledig is hersteld.

Daarom wil je beleggen vooral tijd geven. Geld dat je volgend jaar nodig hebt, heeft die tijd niet. Geld dat je twintig jaar kunt laten staan mogelijk wel.

Beleggen heeft risico, maar niet beleggen ook.

Dit vind ik misschien wel het belangrijkste inzicht wanneer het gaat over sparen of beleggen. Veel mensen zien vooral het risico van beleggen.

Wat als de beurs crasht?

Wat als mijn beleggingen ineens 20% minder waard zijn?

Dat risico bestaat, maar jarenlang grote bedragen op een spaarrekening laten staan kent óók een risico.

Inflatie

Als de prijzen jarenlang harder stijgen dan de rente die jij ontvangt, neemt de koopkracht van je vermogen langzaam af.

Je hebt dus te maken met twee verschillende soorten risico:

  • Beleggingsrisico: je vermogen kan tussentijds dalen
  • Inflatierisico: de koopkracht van je vermogen kan afnemen

Een goede financiële strategie probeert niet ieder risico uit te sluiten. Dat kan namelijk niet.

Je kijkt welk risico past bij het doel en de termijn van jouw geld.

Sparen én beleggen: werk met verschillende potjes

Daarom ben ik fan van verschillende potjes. Niet omdat je voor iedere cappuccino een apart Excel-bestand nodig hebt.

Maar omdat verschillende financiële doelen om een verschillende strategie vragen. Je kunt bijvoorbeeld werken met drie potjes:

Potje 1: Je buffer

Geld dat direct beschikbaar moet zijn voor onverwachte uitgaven. Dit geld wil je meestal niet blootstellen aan grote koersschommelingen.

Potje 2: Geld voor de korte termijn

Geld waarvan je al weet dat je het de komende jaren nodig hebt. Bijvoorbeeld voor een huis, verbouwing, wereldreis of andere grote uitgave.

Ook hier is zekerheid vaak belangrijker dan maximaal rendement.

Potje 3: Vermogen voor de lange termijn

Geld dat je tien, twintig of misschien wel dertig jaar kunt missen, vijvoorbeeld voor je pensioen of bouwen aan financiële vrijheid.

Voor dit potje kan beleggen een interessante rol spelen, juist omdat je het geld de tijd kunt geven om te groeien en tussentijds beursdalingen op te vangen.

Dus: sparen of beleggen bij inflatie?

Vraag jezelf niet alleen af:

“Wat is beter: sparen of beleggen?”

Vraag jezelf vooral af:

“Wat moet dit geld voor mij doen?”

Moet het beschikbaar zijn als morgen je cv-ketel ermee stopt? Dan past sparen waarschijnlijk beter.

Wil je dat het vermogen over twintig jaar bijdraagt aan jouw financiële vrijheid? Dan heb je een veel langere tijdshorizon en kun je onderzoeken of beleggen daarbij past.

Want geld voor later heeft niet alleen tijd nodig om te groeien. Het moet ook proberen tegenwicht te bieden aan iets wat ondertussen ieder jaar doorgaat: inflatie.

Je doel is uiteindelijk niet om zoveel mogelijk euro’s op je rekening te verzamelen.

Je wilt vermogen opbouwen waarmee je ook in de toekomst het leven kunt betalen dat jij wilt leiden. Dat is voor mij financiële vrijheid: niet zoveel mogelijk geld hebben, maar zorgen dat je geld bijdraagt aan jouw rijkste leven.

Benieuwd wat inflatie op de lange termijn écht met je vermogen doet? Lees dan ook: Wat is €100.000 over 20 jaar nog waard?

Delen:

meer zoals dit:

Gratis e-book:, 5 stappenplan naar Financiële Vrijheid

Droom jij ook van financiële vrijheid? En ben je benieuwd welke stappen je moet zetten op die te bereiken? Vraag dit E-book aan en ik vertel je welke 5 stappen je moet doorlopen.