FEMME invest

Hoe werkt beleggen in goud? Alle manieren op een rij

In mijn vorige artikel las je waarom goud een interessante aanvulling kan zijn op je vermogen. Niet omdat goud gegarandeerd stijgt of omdat het per definitie een veilige belegging is, maar omdat het andere eigenschappen heeft dan bijvoorbeeld aandelen, vastgoed en cash. Voor mij is dat ook de belangrijkste reden om goud te bezitten: spreiding.

Maar als je besluit dat je een deel van je vermogen in goud wilt stoppen, komt vanzelf de volgende vraag: hoe werkt beleggen in goud eigenlijk?

Moet je daarvoor daadwerkelijk een goudbaar kopen en ergens in een kluis leggen? Kun je goud gewoon via je beleggingsrekening kopen? En als je een aandeel in een goudmijn koopt, beleg je dan eigenlijk ook in goud?

Er zijn verschillende manieren om blootstelling aan goud te krijgen en die verschillen behoorlijk van elkaar. Niet alleen qua kosten en gemak, maar ook qua risico. In dit artikel zet ik de belangrijkste mogelijkheden voor je op een rij, zodat je kunt bepalen welke vorm het beste aansluit bij jouw vermogensstrategie.

Hoe werkt beleggen in goud?

Grofweg kun je op drie manieren beleggen in goud:

1) Je kunt fysiek goud kopen;

2) Via de beurs een product kopen dat de goudprijs volgt;

3) Beleggen in (mijn)bedrijven die goud delven.

Bij de eerste twee mogelijkheden is het doel meestal om zo direct mogelijk blootstelling te krijgen aan de goudprijs. Bij goudmijnaandelen ligt dat anders. Je investeert dan in een onderneming die geld verdient met goudwinning. De goudprijs speelt daarbij een belangrijke rol, maar is zeker niet de enige factor die bepaalt wat jouw belegging waard wordt.

Dat onderscheid is belangrijk. Alleen omdat ergens het woord ‘goud’ op staat, betekent het niet dat je dezelfde belegging koopt.

1. Fysiek goud kopen

De meest letterlijke manier van beleggen in goud is natuurlijk goud kopen. Je koopt bijvoorbeeld gouden munten of baren en wordt daadwerkelijk eigenaar van het edelmetaal.

Je kunt het goud zelf thuis bewaren, maar je kunt er ook voor kiezen om het extern te laten opslaan. Er zijn gespecialiseerde aanbieders waarbij je fysiek goud koopt dat vervolgens voor jou in een beveiligde kluis wordt bewaard. Je hoeft dus niet per se met een goudstaaf onder je arm naar huis.

Dat laatste vind ik zelf een interessante tussenvorm. Je bent daadwerkelijk eigenaar van fysiek goud, maar hoeft thuis geen enorme kluis achter een schilderij te installeren.

Hoe koop je fysiek goud?

Fysiek beleggingsgoud koop je bij gespecialiseerde handelaren in edelmetaal. De internationale goudprijs vormt daarbij de basis voor de prijs die je betaalt, maar je betaalt meestal meer dan alleen de waarde van het goud zelf.

De prijs die je continu voorbij ziet komen als ‘de goudprijs’ wordt vaak de spotprijs genoemd. Bij het kopen van fysiek goud komt daar een opslag bovenop. Die opslag hangt onder andere af van het soort product, de hoeveelheid goud en de aanbieder. Kleinere munten en baren zijn per gram doorgaans relatief duurder dan grotere hoeveelheden.

Ook bij verkoop speelt het verschil tussen de marktprijs en de prijs die een handelaar jou biedt een rol. Je moet de goudprijs dus niet alleen vergelijken met je oorspronkelijke aankoopbedrag, maar ook rekening houden met deze aan- en verkoopmarges.

Waar bewaar je fysiek goud?

Als je fysiek goud koopt, moet je ook nadenken over opslag. Thuis bewaren lijkt misschien de goedkoopste oplossing, maar brengt risico’s met zich mee. Controleer bijvoorbeeld of en onder welke voorwaarden kostbaarheden door je verzekering worden gedekt.

Je kunt goud ook extern opslaan in een beveiligde kluis. Dat kost geld, maar je hoeft je dan minder druk te maken over diefstal en beveiliging. Sommige aanbieders combineren aankoop en opslag: je koopt via hun platform fysiek goud en het goud blijft vervolgens in een beveiligde kluis liggen.

Let daarbij goed op wat je precies koopt. Ben jij daadwerkelijk juridisch eigenaar van specifiek aan jou toegewezen goud, of heb je alleen een vordering op de aanbieder? Dat lijkt misschien een technisch detail, maar is juist bij fysiek goud een belangrijk verschil.

Daarnaast zou ik bij de aankoop altijd kijken naar de betrouwbaarheid van de handelaar en de herkomst en kwaliteit van het goud.

Voor wie is fysiek goud interessant?

Fysiek goud kan interessant zijn als je juist waarde hecht aan het feit dat je daadwerkelijk goud bezit. Je hebt geen beursproduct nodig om blootstelling aan de goudprijs te krijgen en bij direct eigendom is er geen fondsbeheerder tussen jou en het goud.

Daar staat tegenover dat fysiek goud minder praktisch kan zijn dan een beursgenoteerd product. Je moet rekening houden met opslag, verzekering en aan- en verkoopmarges. Zeker wanneer je kleine hoeveelheden koopt, kunnen die kosten relatief zwaar wegen.

Voor mij zit een deel van de aantrekkingskracht van fysiek goud juist in die tastbaarheid. Het heeft een andere functie dan mijn aandelen en ETF’s en dat is precies waarom ik het interessant vind.

En zijn ook aanbieders zoals Goldrepublic waar je fysiek goud kunt kopen en daar hun kunt laten opslaan (no-spon). 

2. Beleggen via een goud-ETF of ETC

Wil je wel profiteren van bewegingen in de goudprijs, maar niet zelf nadenken over goudbaren, opslag en verzekering? Dan kun je goud ook via de beurs kopen.

In de praktijk wordt hiervoor vaak de term goud-ETF gebruikt. Daar zit in Europa wel een technische nuance aan. Veel beursgenoteerde producten die één grondstof zoals goud volgen, zijn juridisch geen ETF maar een ETC: een Exchange Traded Commodity. Voor jou als belegger is vooral belangrijk dat je begrijpt wat het product precies doet en hoe het is opgebouwd.

Een goudproduct kun je via een broker kopen en verkopen, net zoals je dat met een aandeel of ETF doet. De waarde beweegt zoveel mogelijk mee met de goudprijs. Stijgt goud, dan zal de waarde van het product doorgaans mee stijgen. Daalt goud, dan daalt jouw belegging mee.

Dat maakt deze manier van beleggen in goud vooral praktisch. Je hoeft zelf niets op te slaan en kunt je goudpositie gewoon naast je andere beleggingen in je portefeuille zien.

Fysiek gedekt of synthetisch?

Niet ieder goudproduct werkt op dezelfde manier. Sommige beursproducten zijn fysiek gedekt. De aanbieder houdt dan daadwerkelijk goud aan dat als onderliggende waarde dient. Andere producten gebruiken financiële constructies of derivaten om de goudprijs te volgen.

Ik zou daarom nooit simpelweg zoeken op ‘goud-ETF’ en vervolgens de eerste de beste kopen. Kijk in ieder geval naar wat er daadwerkelijk onder het product zit, hoe het goud eventueel wordt opgeslagen, welke kosten worden gerekend en welke risico’s in de productdocumentatie worden genoemd.

Ook hier geldt wat ik bij ETF’s altijd belangrijk vind: begrijp wat je koopt voordat je op de koopknop drukt.

Welke kosten betaal je?

Een beursgenoteerd goudproduct rekent doorgaans jaarlijkse kosten. Hoe hoog die zijn verschilt per product. Daarnaast kun je te maken krijgen met transactiekosten bij je broker en met het verschil tussen de bied- en laatprijs.

Kijk daarom niet alleen naar de laagste jaarlijkse kosten. De structuur, fysieke dekking, omvang, verhandelbaarheid en betrouwbaarheid van het product zijn minstens zo belangrijk.

Houd er bovendien rekening mee dat goud internationaal in Amerikaanse dollars wordt geprijsd. Dat betekent niet automatisch dat je een apart valutarisico hebt puur omdat een product in dollars noteert; de relatie tussen goud, de dollar en jouw rendement in euro’s is iets genuanceerder. Kijk daarom naar het daadwerkelijke product en eventuele valuta-afdekking in plaats van alleen naar de valuta waarin de koers wordt weergegeven.

Voor wie is een goud-ETF of ETC interessant?

Deze vorm kan goed passen wanneer je goud vooral als onderdeel van je beleggingsportefeuille ziet en gemak belangrijk vindt. Je kunt relatief eenvoudig kopen en verkopen en hoeft zelf niets te regelen rondom fysieke opslag.

Dat past ook goed bij mijn eigen manier van beleggen. Ik wil mijn vermogen strategisch verdelen, maar vervolgens vooral niet iedere week ermee bezig hoeven zijn. Hoe simpeler ik mijn gekozen vermogensverdeling kan uitvoeren en onderhouden, hoe beter.

3. Beleggen in goudmijnaandelen

De derde mogelijkheid is fundamenteel anders: je koopt geen goud, maar aandelen van bedrijven die goud uit de grond halen.

Als de goudprijs stijgt, kan dat gunstig zijn voor een goudmijn. Stel dat het een bedrijf €1.500 kost om een bepaalde hoeveelheid goud te produceren en het dat goud voor €2.000 kan verkopen. Wanneer de verkoopprijs stijgt terwijl de productiekosten ongeveer gelijk blijven, kan de winst relatief hard toenemen. Dat klinkt aantrekkelijk, maar hetzelfde effect kan natuurlijk ook de andere kant op werken.

Daarnaast wordt de waarde van een goudmijnaandeel door veel meer bepaald dan alleen de goudprijs. Een mijnbouwbedrijf heeft personeel, machines, energie nodig en vaak enorme investeringen te doen. Het kan te maken krijgen met tegenvallende goudvoorraden, hogere productiekosten, politieke instabiliteit, milieuregels of slecht management.

Je hebt daardoor niet alleen de goudprijs als risico, maar ook gewoon bedrijfsrisico.

Goudmijnaandelen kunnen veel sterker bewegen

Door die bedrijfsstructuur kunnen goudmijnaandelen veel sterker reageren op veranderingen in de goudprijs dan goud zelf. Een stijgende goudprijs kan de winstgevendheid van een mijnbedrijf sterk verbeteren, maar bij een dalende goudprijs kan het omgekeerde gebeuren.

Dat maakt goudmijnaandelen iets totaal anders dan fysiek goud of een product dat rechtstreeks de goudprijs probeert te volgen. Wil je niet afhankelijk zijn van één mijnbouwbedrijf, dan bestaan er ook ETF’s die in meerdere goudmijnbedrijven beleggen. Daarmee spreid je het individuele bedrijfsrisico, maar je blijft natuurlijk beleggen in bedrijven uit dezelfde sector.

Persoonlijk vind ik goudmijnaandelen daarom minder logisch als je goud juist toevoegt voor extra spreiding en rust. Als ik aandelen wil bezitten, beleg ik liever breed gespreid in bedrijven wereldwijd. Met goud zoek ik juist iets dat een andere rol vervult binnen mijn vermogen.

Wat kost beleggen in goud?

De kosten zijn sterk afhankelijk van de manier waarop je goud koopt. Bij fysiek goud betaal je doorgaans een opslag ten opzichte van de goudprijs en krijg je bij verkoop mogelijk iets minder dan de marktprijs. Daar kunnen kosten voor opslag en verzekering bijkomen.

Bij een goud-ETF of ETC heb je doorgaans jaarlijkse productkosten en mogelijk transactiekosten bij je broker. Het voordeel is dat je geen eigen fysieke opslag hoeft te regelen en dat kopen en verkopen relatief eenvoudig is.

Bij individuele goudmijnaandelen betaal je in principe dezelfde soort transactiekosten als bij andere aandelen. Koop je een ETF met goudmijnbedrijven, dan komen daar de jaarlijkse fondskosten bij. De grootste ‘kostenpost’ die je bij goudmijnaandelen niet moet vergeten, is echter het extra risico dat je neemt doordat je in ondernemingen belegt in plaats van rechtstreeks in goud.

Welke optie uiteindelijk het goedkoopst is, hangt daarom ook af van hoeveel je investeert, hoe lang je de belegging aanhoudt en hoe vaak je koopt en verkoopt. Alleen naar één kostenpercentage kijken vertelt niet het hele verhaal.

Kun je maandelijks beleggen in goud?

Ja, dat kan. Wanneer jouw broker dit ondersteunt, kun je bijvoorbeeld iedere maand een bedrag in een beursgenoteerd goudproduct beleggen. Je spreidt daarmee je aankopen over verschillende momenten en hoeft niet te beslissen of vandaag toevallig hét perfecte moment is om goud te kopen.

Dat betekent niet dat periodiek beleggen automatisch een hoger rendement oplevert dan in één keer investeren. Het voordeel zit voor mij vooral in gedrag en gemak: je hoeft de markt niet te timen en kunt je gekozen vermogensverdeling consequent uitvoeren.

Bij fysiek goud is maandelijks kleine hoeveelheden kopen vaak minder efficiënt, omdat de opslag bij kleine baren en munten relatief hoog kan zijn. Als je fysiek goud wilt bezitten, kan het daarom logischer zijn om eerst een bedrag opzij te zetten en vervolgens minder vaak een grotere aankoop te doen.

Welke manier van beleggen in goud past bij jou?

Welke vorm het beste past, hangt vooral af van waarom je goud wilt toevoegen aan je vermogen.

Wil je daadwerkelijk fysiek goud bezitten en vind je het belangrijk dat het bezit losstaat van je normale beleggingsrekening, dan ligt fysiek goud voor de hand. Wil je vooral eenvoudig blootstelling aan de goudprijs toevoegen aan een bestaande beleggingsportefeuille, dan kan een beursgenoteerd goudproduct praktischer zijn. Goudmijnaandelen passen eerder bij iemand die bewust in de goudsector wil beleggen en bereid is het extra bedrijfsrisico te accepteren.

Zelf vind ik vooral het onderscheid tussen fysiek goud en een beursgenoteerd goudproduct interessant. Beide kunnen je blootstelling aan goud geven, maar ze vervullen niet helemaal dezelfde behoefte. De ene vorm draait ook om daadwerkelijk eigendom en tastbaarheid, terwijl de andere vooral gemak en verhandelbaarheid biedt.

En precies daarom zou ik niet beginnen met de vraag: welk goudproduct moet ik kopen? Ik zou beginnen met de vraag waarom je überhaupt goud wilt hebben.

Eerst de strategie, daarna het product

Dat is eigenlijk dezelfde volgorde die ik bij beleggen altijd aanhoud. Eerst bepaal je wat je wilt bereiken en hoe je jouw totale vermogen wilt verdelen. Pas daarna kies je de producten waarmee je die strategie gaat uitvoeren.

Als je besluit dat goud een plek verdient in jouw vermogen, kun je vervolgens bepalen welke vorm het beste bij je past. Misschien wil je fysiek goud bezitten, misschien wil je vooral gemak via je beleggingsrekening of misschien kies je voor een combinatie.

Delen:

meer zoals dit:

Gratis e-book:, 5 stappenplan naar Financiële Vrijheid

Droom jij ook van financiële vrijheid? En ben je benieuwd welke stappen je moet zetten op die te bereiken? Vraag dit E-book aan en ik vertel je welke 5 stappen je moet doorlopen.