FEMME invest

Goud of beleggen op de beurs: wat levert meer op?

“Zal ik beleggen in goud, of gewoon in aandelen?” Het is een vraag die ik regelmatig krijg, alsof je bij het opbouwen van vermogen moet kiezen tussen optie A en optie B. Dat snap ik, want zowel aandelen als goud worden regelmatig gepresenteerd als dé manier om je vermogen te beschermen of te laten groeien.

Toch vind ik de vraag goud of aandelen een beetje misleidend. Goud en aandelen zijn namelijk geen directe concurrenten van elkaar. Ze hebben andere eigenschappen en kunnen daardoor ook een andere rol vervullen binnen je vermogen. Voor groei op de lange termijn kijk ik zelf vooral naar aandelen, terwijl ik goud juist interessant vindt vanwege de spreiding die het aan mijn totale vermogen kan toevoegen.

Maar als we dan toch de wedstrijd goud vs aandelen beleggen organiseren, is het natuurlijk wel interessant om te kijken wie er historisch gezien wint. Wat heeft meer rendement opgeleverd? Welk risico neem je daarvoor? En waarom kan goud tóch interessant zijn als aandelen op de lange termijn meer opleveren?

Wat is het verschil tussen goud en aandelen?

Voordat we rendementen gaan vergelijken, moeten we eerst kijken naar wat je eigenlijk koopt. Want goud en aandelen zijn fundamenteel verschillende beleggingen.

Wanneer je een aandeel koopt, word je voor een heel klein stukje eigenaar van een bedrijf. Dat bedrijf verkoopt producten of diensten, heeft werknemers, investeert, maakt hopelijk winst en kan verder groeien. Als aandeelhouder kun je van die groei profiteren. Daarnaast kunnen bedrijven een deel van hun winst uitkeren als dividend.

Koop je niet één individueel aandeel, maar beleg je via een wereldwijd gespreide ETF, dan word je in één keer voor een minuscuul stukje eigenaar van honderden of zelfs duizenden bedrijven. Je profiteert daarmee van de groei van bedrijven en economieën over de hele wereld.

Goud werkt totaal anders. Een goudbaar of gouden munt maakt geen winst, ontwikkelt geen nieuw product en keert geen dividend uit. De waarde wordt bepaald door wat iemand anders bereid is ervoor te betalen. Daarbij spelen onder andere vraag en aanbod, rente, inflatieverwachtingen, valuta, aankopen van centrale banken en economische en geopolitieke onzekerheid een rol.

Dat verschil is belangrijk, want het verklaart voor een groot deel waarom aandelen op de lange termijn een sterkere groeimotor kunnen zijn. Achter aandelen zitten bedrijven die daadwerkelijk economische waarde proberen te creëren. 

Goud versus aandelen: wat heeft historisch meer opgeleverd?

Als je naar zeer lange periodes kijkt, is het beeld behoorlijk duidelijk: aandelen hebben historisch gezien meer rendement opgeleverd dan goud.

Dat is ook logisch. Stel dat je een goudbaar koopt en hem dertig jaar in een kluis legt. Als je die kluis dertig jaar later opent, heb je nog steeds precies dezelfde goudbaar. Je rendement is volledig afhankelijk van de vraag hoeveel iemand er op dat moment voor wil betalen.

Bij aandelen gebeurt er in die dertig jaar iets anders. Bedrijven verkopen producten, maken winst, investeren die winst opnieuw, ontwikkelen nieuwe producten en kunnen groeien. Als je dividend opnieuw belegt, profiteer je bovendien van het rendement-op-rendement-effect. Die samengestelde groei kan over tientallen jaren een enorm verschil maken.

Brede aandelenmarkten hebben historisch op de lange termijn een positief reëel rendement laten zien. Goud heeft op zeer lange termijn vooral een rol gespeeld als middel om koopkracht te bewaren, al zijn er zeker periodes waarin de goudprijs spectaculair steeg.

Voor iemand die nog twintig, dertig of veertig jaar heeft om vermogen op te bouwen, is dat een belangrijk verschil. Omdat mijn primaire doel (kapitaal)groei is, kijk ik daarom zelf in de eerste plaats naar breed gespreide aandelen.

Maar de gekozen periode maakt enorm veel uit

Hier wordt het interessant, want je kunt met historische rendementen bijna ieder verhaal vertellen dat je wilt als je maar handig genoeg je begin- en eindjaar kiest.

Neem bijvoorbeeld een periode waarin aandelen enorm goed presteerden en goud juist jarenlang achterbleef. Dan lijkt goud ineens een waardeloze belegging. Begin je vlak voor een grote beurscrash of in een periode waarin de goudprijs sterk stijgt, dan kan het beeld precies andersom zijn.

Daarom moet je altijd voorzichtig zijn met grafieken die beginnen met: “Als je in jaar X €10.000 had geïnvesteerd…”

Het gekozen startpunt heeft enorme invloed op de uitkomst.

Goud kende bijvoorbeeld een enorme stijging in de jaren zeventig, waarna de goudprijs vanaf de piek van 1980 jarenlang achterbleef. Wie rond die piek goud kocht, moest heel lang wachten voordat die prijs in nominale termen weer werd bereikt. In andere periodes, waaronder delen van de jaren 2000 en tijdens verschillende periodes van economische onzekerheid, deed goud het juist bijzonder goed.

Ook aandelen kennen natuurlijk zulke periodes. Wie vlak voor de internetzeepbel of financiële crisis instapte, zag zijn portefeuille eerst fors dalen voordat het herstel kwam. Daarom vind ik de vraag welk product “de afgelopen tien jaar het beste heeft gepresteerd” eigenlijk niet zo interessant voor het bouwen van een strategie voor de komende dertig jaar.

Resultaten uit het verleden vertellen je wat er is gebeurd, niet wat er morgen gaat gebeuren.

Waarom leveren aandelen op lange termijn meestal meer op?

Het verschil tussen goud en aandelen kun je eigenlijk terugbrengen tot één belangrijk begrip: productiviteit.

Een bedrijf kan waarde creëren. Stel dat een onderneming €1 miljoen winst maakt. Die winst kan worden uitgekeerd aan aandeelhouders, maar het bedrijf kan het geld ook investeren in nieuwe machines, mensen, technologie of internationale groei. Als die investeringen succesvol zijn, kan het bedrijf het volgende jaar nóg meer winst maken.

Daar zit een groeimechanisme achter.

Bij goud ontbreekt dat mechanisme. Eén kilo goud wordt niet vanzelf 1,05 kilo goud omdat je hem een jaar in een kluis laat liggen. Sterker nog, als je fysiek goud extern laat opslaan, kost die opslag je waarschijnlijk geld.

Daarom zie ik aandelen als een groeimotor en goud veel meer als een vorm van spreiding en waardeopslag.

Dat betekent overigens niet dat ieder aandeel een goede belegging is. Individuele bedrijven kunnen failliet gaan en complete aandelenmarkten kunnen jarenlang tegenvallen. Daarom beleg ik zelf liever breed en passief dan dat ik probeer te voorspellen welk individueel bedrijf de volgende winnaar wordt.

En wat doet inflatie met goud en aandelen?

Zowel goud als aandelen worden regelmatig genoemd als bescherming tegen inflatie, maar ook hier ligt de werkelijkheid genuanceerder.

Goud heeft over zeer lange periodes zijn koopkracht redelijk weten te behouden en wordt daarom vaak gezien als bescherming tegen geldontwaarding. Dat betekent niet dat de goudprijs ieder jaar even hard stijgt als de inflatie. Over kortere periodes kunnen inflatie en goud prima verschillende kanten op bewegen.

Ook aandelen kunnen op lange termijn bescherming bieden tegen inflatie. Bedrijven kunnen immers hun prijzen verhogen wanneer hun kosten stijgen. Dat lukt niet ieder bedrijf even goed en hoge inflatie kan aandelenmarkten tijdelijk juist onder druk zetten, maar op lange termijn beleg je in ondernemingen die zich proberen aan te passen aan de economische omstandigheden.

Voor vermogensopbouw over tientallen jaren vind ik daarom ook hier het onderscheid tussen groei en bescherming belangrijker dan de vraag welke van de twee de perfecte bescherming tegen inflatie is. De perfecte bescherming bestaat namelijk niet.

Zijn aandelen dan ook veel riskanter dan goud?

Als je alleen naar dagelijkse koersbewegingen kijkt, kunnen aandelen behoorlijk spannend zijn. Beurscrashes van tientallen procenten zijn in het verleden meerdere keren voorgekomen of bedrijven die failliet gaan. Wie tijdens zo’n daling naar zijn beleggingsrekening kijkt, moet stevig in zijn schoenen staan om niet op de verkoopknop te drukken.

Maar goud is óók geen stabiele rechte lijn omhoog. De goudprijs kan fors stijgen en dalen en er zijn historische periodes geweest waarin beleggers jarenlang weinig of geen rendement maakten.

Risico is bovendien meer dan alleen koersschommeling. Als je over dertig jaar vermogen nodig hebt, is het óók een risico dat je vermogen onvoldoende groeit om je doel te bereiken. Alles op een spaarrekening zetten kan op het eerste gezicht veilig voelen, terwijl inflatie ondertussen aan je koopkracht knabbelt.

Daarom kijk ik liever naar de combinatie van rendement, risico, tijd en doel. Een belegging is niet automatisch goed of slecht omdat de koers meer of minder beweegt.

Waarom goud dan toch interessant kan zijn

Als aandelen historisch gezien een hoger langetermijnrendement hebben opgeleverd, kun je je afvragen waarom je überhaupt goud zou kopen. Waarom zou je een deel van je vermogen stoppen in iets waarvan je verwacht dat het op lange termijn minder hard groeit?

Omdat maximaal rendement niet hetzelfde is als een goede vermogensstrategie.

Stel dat twee onderdelen van je vermogen niet altijd tegelijkertijd dezelfde kant op bewegen. Wanneer aandelen een slechte periode hebben, kan goud zich anders gedragen. Dat gebeurt zeker niet altijd, maar juist die verschillende eigenschappen kunnen ervoor zorgen dat je totale vermogen anders reageert dan wanneer alles in aandelen zit.

Je levert mogelijk een stukje verwacht rendement in, maar krijgt daar een andere vorm van spreiding voor terug.

En dat kan zeker interessanter worden naarmate je vermogen groter wordt. Als je nog helemaal aan het begin van je vermogensopbouw staat, ligt je focus misschien vooral op groei. Heb je inmiddels een aanzienlijk vermogen opgebouwd, dan kan behoud en spreiding steeds belangrijker worden.

Dat is precies waarom er geen universele perfecte portefeuille bestaat.

Een voorbeeld: €10.000 in goud of aandelen

Stel dat aandelen over een lange periode gemiddeld 8% per jaar opleveren en goud gemiddeld 5%. Dit zijn nadrukkelijk rekenvoorbeelden en geen voorspellingen. Het verschil van drie procentpunt klinkt in eerste instantie misschien niet spectaculair.

Door het rente-op-rente-effect wordt dat verschil na dertig jaar echter enorm. Een bedrag van €10.000 dat dertig jaar lang gemiddeld 8% per jaar groeit, wordt ongeveer €100.000. Bij gemiddeld 5% groei kom je uit op ongeveer €43.000.

Dat laat zien waarom een paar procent verschil in gemiddeld rendement op de lange termijn zoveel uitmaakt.

Maar daarmee is de conclusie niet automatisch dat je dus 100% in aandelen moet beleggen. Je moet namelijk ook in staat zijn om jouw strategie vol te houden wanneer de beurs met 30% of 40% daalt. Een theoretisch optimale portefeuille waar je tijdens de eerste crisis in paniek uitstapt, is in de praktijk helemaal niet optimaal.

Daarom kijk ik niet alleen naar maximaal rendement, maar ook naar de vraag welke verdeling ik jarenlang kan en wil vasthouden.

Wat is de beste belegging voor de lange termijn?

Als je mij dwingt te kiezen tussen goud en breed gespreide aandelen voor pure vermogensgroei over een periode van tientallen jaren, dan kies ik (breed gespreide) aandelen. Historisch gezien hebben aandelen een hoger langetermijnrendement opgeleverd en er zit een logisch economisch groei mechanisme achter.

Maar gelukkig hoef ik niet te kiezen.

Ik kan aandelen gebruiken voor groei en tegelijkertijd een kleiner deel van mijn vermogen in andere type beleggingen aanhouden om mijn risico’s breder te spreiden. Goud is daar één van.

Dat is ook waarom ik weinig heb met discussies over of goud “beter” is dan aandelen. Het is alsof je vraagt of een winterjas beter is dan een bikini. Dat hangt er nogal vanaf waar je naartoe gaat.

Dus: goud of aandelen?

Als je kijkt naar rendement van goud versus aandelen over de zeer lange termijn, hebben aandelen historisch de betere papieren. Voor iemand die vermogen wil laten groeien en daar tientallen jaren de tijd voor heeft, kunnen breed gespreide aandelen daarom een belangrijke basis vormen.

Goud heeft een andere functie. Het produceert geen winst of dividend, maar kan wel bijdragen aan spreiding en kan zich in bepaalde economische omstandigheden anders gedragen dan aandelen.

Voor mij is de conclusie daarom niet dat je moet kiezen tussen goud óf aandelen. De vraag is hoeveel groei je nodig hebt, hoeveel risico je kunt en wilt dragen en welke rol verschillende onderdelen binnen je totale vermogen krijgen.

Want uiteindelijk probeer ik niet ieder jaar de belegging met het hoogste rendement te vinden.  Dat is voor mij het verschil tussen ‘zomaar’ beleggen en strategisch vermogen opbouwen.

Niet kiezen tussen goud óf aandelen, maar bouwen aan de juiste mix

De vraag is niet welke belegging ‘de beste’ is, maar welke combinatie past bij jouw vermogen, doelen en leven. Heb je inmiddels vermogen opgebouwd, maar voelt het nog als een verzameling losse beleggingen?

Tijdens een vrijblijvende kennismaking kijken we hoe je van losse keuzes naar één heldere vermogensstrategie kunt gaan.

Plan hier je vrijblijvende kennismaking.

Delen:

meer zoals dit:

Gratis e-book:, 5 stappenplan naar Financiële Vrijheid

Droom jij ook van financiële vrijheid? En ben je benieuwd welke stappen je moet zetten op die te bereiken? Vraag dit E-book aan en ik vertel je welke 5 stappen je moet doorlopen.